College Bescherming Persoonsgegevens


------------------------------------------------------------------------------------------

De stand van zaken m.b.t. Addendum Zorgverzekeraars (september 2009)

 

Op 5-2-2008 is de geldigheid van de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars (het Addendum Zorgverzekeraars) verlopen.

 

NB ! Zolang er nog geen definitief goedgekeurd Addendum is, is het verzekeraars niet toegestaan om materiële controles uit te voeren.


Mocht u toch benaderd worden met een dergelijk verzoek, dan kunt u zich nog steeds beroepen op het feit dat er vooralsnog geen geldig Addendum is.

Het CBP heeft ZN (Zorgverzekeraars Nederland) een ultimatum gesteld. Wanneer ZN niet per 1 juli 2009 een nieuw concept-addendum heeft geproduceerd, zal door het CBP vanaf die datum handhavend richting zorgverzekeraars worden opgetreden indien deze zonder  expliciete toestemming van cliënten/patiënten/verzekerden gegevens inzien dan wel opvragen bij materiële controleprocedures.

 

 Aangezien de datum van 1 juli is verstreken, verzoeken wij u het ons te melden indien u met niet toegestane – voornemens tot - controles wordt geconfronteerd


------------------------------------------------------------------------------


Het CBP houdt toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen.
Het CBP houdt dus toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP), de Wet politieregisters (Wpolr) en de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA).

 

Het CBP is onafhankelijk.

 

Het CBP adviseert.

Het CBP controleert niet automatisch en structureel of haar adviezen worden opgevolgd en uitgevoerd.
Het CBP zal in eerste instantie afgaan op schriftelijke vastgelegde afspraken die n.a.v. een advies gemaakt worden. Daarnaast kan het CBP een steekproef doen of een onderzoek te plaatse en indien nodig sanctioneren. Ook signalen uit de samenleving die erop wijzen dat in strijd met de wet (of een advies over de uitvoering daarvan) wordt gehandeld kunnen aanleiding geven tot onderzoek.  Deze praktijk is een gevolg van de beperkte budgettering door de overheid.


Voorzitter
Kohnstamm van het CBP zegt in NRC-Handelsblad (3 oktober 2005):

WIE BEGINT HET PROCES?
  

,,Eigenlijk zijn dbc's in strijd met de wet'', zegt Kohnstamm verwijzend naar de Wet bescherming persoonsgegevens. "Dit soort gegevens kan alleen op wettelijke gronden worden overgedragen aan derden. Het is in strijd met de wet en in strijd met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Maar wij zitten niet op de stoel van politici.''
De privacy-waakhond wacht op een proces bij het Europese Hof. ,,Ik sluit niet uit dat we dan gelijk krijgen.''
© NRC Handelsblad

Het CBP schreef op 2 november 2005  aan minister Hoogervorst (z2005-1144):

 
(vet door redactie dbcvrij.nl)

 

"...Het medisch beroepsgeheim, verankerd in artikel 88 van de Wet BIG en artikel 7:457 BW (WGBO), ziet in de eerste plaats op vrije toegang tot de zorg voor alle personen waarvoor zorg noodzakelijk is. Persoonsgegevens van cliënten in de GGZ worden uiteraard beschermd door het medisch beroepsgeheim. Het geheim is niet absoluut. Het kan voor specifieke doeleinden doorbroken worden wanneer dit expliciet bij of krachtens wet geregeld is en de noodzaak daartoe vast staat.

 

Het CBP neemt aan dat het noodzakelijk is om persoonsgegevens te verstrekken aan de zorgkantoren. Mede gelet op het zeer gevoelige karakter van gegevens in de GGZ zal naar het oordeel van het CBP een afweging van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit hier dienen te leiden tot geheimhouding van genoemde diagnose informatie. Het CBP verwacht, gelet op de ratio achter het medisch beroepsgeheim, van het blootgeven van dergelijke informatie een belemmering van de vrije toegang tot noodzakelijke zorg. Niet alleen heeft dit gevolgen voor individuen die blijven rondlopen met (ernstige) psychische problemen en hun maatschappelijk functioneren, ook vormt het een bedreiging voor anderen in de maatschappij. Het CBP geeft het voorbeeld van de behandeling van patiënten met stoornissen die onder de noemer ‘parafilieën’ worden geclassificeerd of patiënten met een anoniem druggebruik. Wanneer patiënten weten dat informatie omtrent de aard van hun ziekte buiten de spreekkamer zal worden gebracht, kan een afname van het aantal patiënten dat daarvoor hulp zoekt worden verwacht. ..." 

Zie voor de volledige brief: brief CBP d.d. november 2005 aan de Minister  Brief CBP d.d. 2005 aan de minister

  

Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft in 2006 toestemming gegeven om diagnose informatie te verstrekken op declaraties van psychotherapeuten en psychiaters.
 

Het CBP maakte hierbij echter de kanttekening dat sprake is van “substantiële aantasting van de persoonlijke levensfeer” van de patiënt, waartegen de “gestelde noodzaak”, volgens het CBP, “maar net opweegt”.

 

Deze formulering suggereert dat het CBP zich realiseert dat dit besluit misschien nog net niet maar misschien toch wel de grens van schending van privacy overschrijdt.

 

De “gestelde noodzaak” is bovendien slechts aanwezig binnen de verzekerde zorg binnen het kader van de nieuwe Zorgverzekeringswet. Het gaat daarbij onder meer om verevenings berekeningen tussen verzekeraars onderling.

 

Bij zelfbetalers, patiënten die de geleverde zorg zelf betalen en deze vervolgens ook niet ter restitutie aanbieden aan hun zorgverzekeraar, bestaat deze “gestelde noodzaak” evident niet.

 

Declaraties op DBC-basis moeten op individueel niveau en voorzien van diagnostische gegevens bij de verzekeraars aangeleverd moeten worden. Dit betekent ook dat de "gepseudonimiseerde" DBC's die aan het DBC Informatie Systeem worden geleverd door koppeling gemakkelijker tot een individu te herleiden zijn.

 

Het College Bescherming Persoonsgegevens staat de vrijgave toe van wat zij hoort te beschermen, namelijk de zeer privacygevoelige diagnostische informatie afkomstig uit ambulante psychiatrische en psychotherapeutische behandelingen. 

De brief van het CBP d.d. 6 december 2006 heeft ingrijpende gevolgen gehad bij de invoering van de DBC-systematiek in de psychiatrie-psychotherapie. Bezwaren tegen de privacy schendende aspecten ervan werden steeds verworpen met een beroep op het standpunt van het CBP. Dit geldt met name ook voor de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse zorgautoriteit d.d. 7 augustus 2008 (pagina's 6 en 8). 

De Nederlandse Zorgautoriteit voert telkenmale de brief van het CBP van 6 december 2006 aan als argument. Hierbij wordt over het hoofd gezien dat in die brief reeds werd opgemerkt dat .

..."Uw huidige voorstel houdt een substantiële aantasting van de persoonlijke levensfeer van de GGZ-patiënten in, waartegen de nu gestelde noodzaak maar net opweegt. Het CBP wijst u er daarom reeds nu op dat de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en het medisch beroepsgeheim niet of nauwelijks ruimte bieden voor verdere uitbreiding van vermelding van diagnose-informatie op de GGZ-declaratie en dat het CBP een eventuele uitbreiding in de toekomst daarom uiterst gereserveerd tegemoet zal zien."


Samengevat: het CBP stelt vast dat aanlevering van kwetsbare persoonlijke gegevens..."
een substantiële aantasting van de persoonlijke levensfeer van de GGZ-patiënten inhoudt, waartegen de door de overheid gestelde noodzaak maar net opweegt..." EN ..."verwacht, gelet op de ratio achter het medisch beroepsgeheim, van het blootgeven van dergelijke informatie een belemmering van de vrije toegang tot noodzakelijke zorg. Niet alleen heeft dit gevolgen voor individuen die blijven rondlopen met (ernstige) psychische problemen en hun maatschappelijk functioneren, ook vormt het een bedreiging voor anderen in de maatschappij."

De NZa stelt in haar persbericht naar aanleidng van de uitspraak van de voorzieningen rechter van 25 november j.l. ......." De rechter stelt de NZa in het gelijk omdat (1) het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft geoordeeld dat de diagnose-informatie voldoet aan de privacynormen...."


De NZa en de voorzieningenrechter baseren zich op de formele goedkeuring door het CBP op 6 december 2008, die het CBP, gelet op haar taak: het beschermen van de private levenssfeer, nooit had mogen afgeven en negeren hierbij volledig de toelichting die hierbij tegelijkertijd door het CBP werd gegeven en die wijst op de ernstige gevolgen die haar eigen besluit heeft of zal kunnen hebben.



 



Addendum bij de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen

Zorgverzekeraars verwerken in de uitoefening van hun bedrijfsvoering meer dan andere verzekeraars persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid. Teneinde een zorgvuldige omgang met deze gegevens te waarborgen zijn in aanvulling op de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen (Gedragscode) specifieke gedragsregels geformuleerd voor zorgverzekeraars.
Deze gedragsregels zijn in het zogenaamde Addendum Zorgverzekeraars (Addendum) vastgelegd.

In het Addendum is onder meer omschreven welke bevoegdheden zorgverzekeraars hebben bij het opvragen van behandelgegevens en bij materiële controle.

Het CBP ziet er op toe dat deze gedragsregels de toetsing aan de geldende privacywetgeving kunnen doorstaan en geeft daarop al dan niet haar goedkeuring aan het Addendum.

Op 5 februari verliep de goedkeuring die het CBP aan het laatste Addendum (uit 2004) had gegeven, omdat Zorgverzekeraars Nederland (ZN) verzuimde een nieuw Addendum samen te stellen.

Op  19 februari 2008 publiceerde het CBP de volgende mededeling: Controle in medische dossiers door zorgverzekeraars momenteel in strijd met de wet.


ZN stelde een poging in het werk om van het CBP een tijdelijke verlenging van de geldigheid van de verlopen goedkeuring van het oude Addendum te krijgen. Hiertegen protesteerde het bestuur van de Koepel.

Op 20 maart vond een hoorzitting bij het CBP plaats waar de advocaat van de Koepel, mr Luuk Hamer, en de voorzitter van de Koepel, Ruth Feigenbaum, aanwezig waren.


ZN  kreeg de gelegenheid een nieuw concept Addendum ter goedkeuring aan het CBP voor te leggen vóór 1 juli j.l., hetgeen geschiedde.

Thans bestudeert het CBP de nieuwe concept versie en dat kan leiden tot afwijzing, waarna het concept wordt teruggestuurd naar ZN of tot geoedkeuring.

In dat geval wordt het goedkeuringsbesluit van het CBP gepubliceerd in de Staatscourant waarna binnen 6 weken door belanghebbenden een zogenaamde 'zienswijze' kan worden geformuleerd waarin bezwaar kan worden gemaakt tegen (gedeelten van) de tekst van het Addendum.

Vanzelfsprekend zal de Koepel positie innemen in die procedure.

Index CBP