Nederlandse Zorgautoriteit

De Nederlandse Zorgautoriteit, kortweg de NZa, is toezichthouder op alle zorgmarkten in Nederland. De NZa ziet toe op zowel zorgaanbieders als verzekeraars, op zowel curatieve markten als op de markten voor langdurige zorg. De NZa bestaat sinds 1 oktober 2006, is gevestigd in Utrecht en is werkgever van 235 medewerkers.

 

De NZa komt voort uit het College tarieven gezondheidszorg (CTG) en het College Toezicht Zorgverzekeringen (CTZ). Beide colleges richtten zich op de beheersing van de totale kosten (‘macrokosten’) via bekostiging van zorgverleners en het bewaken van goede uitvoering van verzekeringswetten in de zorg. Hoewel die taken blijven bestaan, verschuift het accent in het werk van de NZa van uitvoering naar het pro-actief vaststellen van condities voor marktwerking en de handhaving daarvan. Doel van het nieuwe zorgstelsel is dat de consument waar voor zijn geld krijgt. Daarbij hebben efficiëntie, keuze, kwaliteit en toegankelijkheid van zorgmarkten een centrale plaats.


Tariefbeschikking DBC GGZ

Eind december 2007 publiceerde de NZa de Tariefbeschikking DBC GGZ    


De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit nam belangrijke besluiten (1).
 
In de eerste plaats heeft zij een aantal geldende “beleidsregels” met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken, waaronder de navolgende.
 
De tot dan toe geldende lijst van verrichtingen met bijbehorende maximum bedragen voor de psychiaters is ingetrokken (2).   
De tot dan toe geldende lijst van prestatiebeschrijvingen voor hulp door psychotherapeuten is ingetrokken (3)
De beleidsregel op grond waarvan tot dan toe psychotherapeuten vrij hun tarieven konden bepalen is ingetrokken (4).
 
Samenvattend: met de invoering van de DBC’s als bekostigingsysteem in de GGZ zijn per 1 januari 2008 de tot dan geldige declarabele verrichtingen voor vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten vervallen.
 
In de tweede plaats heeft de Nza op 20 december 2007 de “tariefbeschikking” met ingangsdatum van 1 januari 2008 vastgesteld (5).
 
De Nza heeft dus bepaald dat met ingang van 1 januari 2008 door psychiaters en psychotherapeuten slechts declaraties kunnen worden aangeboden op basis van prestatieomschrijvingen conform beleidsregel CA 222 (“Invoering DBC’s in de geestelijke gezondheidszorg”, http://www.nza.nl/13755/14769/CA-222.pdf) en beleidsregel CA-184 (“Productstructuur DBC GGZ”, http://www.nza.nl/13755/14769/CA184.pdf).
 
De Wet Marktordening gezondheidszorg (Wmg, (6)) bepaalt in art. 35 dat het een zorgaanbieder niet toegestaan is een tarief in rekening te brengen voor een verrichting waarvoor geen ”prestatiebeschrijving” door Nza is vastgesteld. De Nza is op grond van dezelfde wet gerechtigd tot handhaving en het toepassen van bestuursdwang, waaronder het opleggen van dwangsommen en ambtelijke boetes (art. 82 en 85). Bovendien verwijst de Wet op de economische delicten (WED (7)) in art. 1 naar de Wmg, zodat ook strafrechtelijke vervolging bij overtreding van de regelgeving van de Nza tot de mogelijkheden behoort.
 
De juridische adviseurs van de Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken voor Psychiaters en Psychotherapeuten hebben zich op de wettelijke situatie beraden en bezwaar aangetekend tegen de tariefbeschikking van de NZa. 

Inclusief dat van de Koepel zijn tegen de betreffende Tariefbeschikking DBC GGZ van de NZa honderdachtenveertig bezwaarschriften door de NZa in behandeling genomen, zowel afkomstig van verenigingen als van individuen.
 
In mei en juni werden door de NZa  twee hoorzittingen gehouden waar mr. L.D.H. Hamer de bezwaren van de Koepel toelichtte.

Inmiddels heeft de NZa bij Beslissing op Bezwaar alle ingediende bezwaren van alle indieners ongegrond verklaard.


De argumentatie voor deze grove maatregel van de NZa is bureaucratisch van aard. De bezwaren zijn verworpen door te verwijzen naar de regels waartegen die bezwaren zich richtten.

Een grote groep bezwaarden heeft via de Koepel van DBC-vrije Praktijken een DBC-vrije niche voor zelfbetalende patiënten bepleit. De NZa wijdt hier in haar zogenaamde Beslissing op Bezwaar slechts één zin aan, die (op pagina 8) luidt:
 
“In dit verband is van belang dat het maken van een onderscheid tussen verzekerde zorg en zorg die door cliënt zelf wordt betaald (zelfbetalers), uit praktische overwegingen geen hanteerbaar onderscheid is”.
 
Iedere onderbouwing, zoals over de aard van de “praktische overwegingen” en over de onhanteerbaarheid daarvan, ontbreekt. Er wordt bovendien niet op serieus te nemen wijze nader ingegaan op de kern van het bezwaar van de Koepel: de aantasting van privacy van de patiënt door uitholling van het professionele beroepsgeheim, dat de garantie tot bewaking van die privacy dient te bieden.
 
De Koepel gaat dan ook in beroep tegen deze Beslissing op Bezwaar bij de bestuursrechter. De juristen van de Koepel zijn thans bezig met het formuleren van de gronden voor beroep.

Onder andere via Laatste Nieuws kunt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen.
 
 
(1) http://www.nza.nl/nza/map_besluiten_rvb/2007/besluiten_RvB_17_december_2007
(2) http://www.nza.nl/13755/16075/CV-5620-4.0.1.-6.pdf
(3) http://www.nza.nl/13755/16075/CV-6100-4.0.1.-3.doc
(4) http://www.nza.nl/13755/16075/IV-6100-4.0.2.-1.pdf
(5) http://www.nza.nl/9439/10473/DBC_GGZ_tariefbeschikking_21.pdf
(6) http://www.st-ab.nl/wetten/1057_Wet_marktordening_gezondheidszorg_Wmg.htm
(7) http://www.st-ab.nl/wetten/0653_Wet_op_de_economische_delicten_WED.htm